|
|
Danstechniek
Buikdans is een isolatiedans: de danseres beweegt verschillende
lichaamsdelen onafhankelijk van elkaar. Eerst leer je deze kunst
van het isoleren: je leert basisbewegingen afzonderlijk per lichaamsgebied.
Na verloop van oefening kun je de verschillende bewegingen per
afzonderlijk lichaamsgebied tegelijkertijd gaan toepassen: combineren,
we spreken dan van laagjes. Buikdans gebeurt dus met
het hele lichaam. Hoewel de bewegingen in het buik-en bekkengebied
centraal staan, gebruik je ook je hoofd, armen, handen, schouders,
borst, knieën, benen en voeten. Het is geen dans waarbij
je op de plaats blijft staan: ruimtegebruik, dus gebruik van
passen en passencombinaties is essentieel.
Buikdansbewegingen zijn uiteraard niet willekeurig, er is sprake
van een eigen bewegingsvocabulaire: lemniscaat patronen,
cirkels, slangachtige bewegingen (vloeiende bewegingen) en variaties
hier op worden afgewisseld met staccatomovements (korte, strakke,
vaak ritmische bewegingen).
Danscultuur
Buikdans is tot bloei gekomen in de Arabische
cultuur en de Egyptische danstraditie is nog steeds toonaangevend.
In de lessen komen verschillende stijlen uit de Egyptische danstraditie
aan bod zoals balady, saaidi (stokdans), klassieke
dans en hedendaagse
moderne buikdans.
In de Arabische danscultuur
bestaat er een nauwe relatie tussen muziek en dans. Om de muziek
te kunnen vertalen naar dans maak je kennis met verschillende
Arabische muziekstijlen, je leert veel gebruikte Arabische ritmes
en muziekstructuren herkennen en daarbij passende danscombinaties
te vinden. Van oorsprong wordt buikdans spontaan geïmproviseerd.
Door de ontwikkeling naar podiumkunst wordt deze dans – en
dit geldt zowel voor groeps- als solodansen – meer
en meer gechoreografeerd. In de lessen leer je daarom regelmatig
choreografieën, daarnaast blijft improvisatie een terugkerend
onderdeel van de les.
|
|